Burgerschap
 
In onze school gaat het niet alleen om kennisoverdracht, maar ook (en vooral) om ervaringsleren.
 
Burgerschap leer je door het te doen, door te ervaren wat het is”.
 

Het gaat om de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van de gemeenschap en om daar actief een bijdrage aan te leveren. Ook de “kleine burger” moet zich betrokken voelen bij en verantwoordelijk zijn voor zijn omgeving. De ontwikkeling in betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor deze omgeving, zijn een deel van de identiteitsontwikkeling van onze leerlingen.
Hierbij spelen kennis over de rol van de burger in Nederland en Europa een rol. Echter ook het zich leren gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden, neemt hierbij een belangrijke plaats in.
Van groot belang ook is het beheersen van de Nederlandse Taal, een voorwaarde voor een goede onderlinge communicatie tussen leerlingen onderling en tussen leraren en leerlingen.
Wij zien burgerschap dan ook niet als een apart vak, maar als een manier van met-elkaar-omgaan, waarbij de leerlingen worden uitgedaagd na te denken over hun rol als burger in de Nederlandse samenleving.
De ontwikkeling van burgerschap is in onze school dan ook dagelijks, op diverse manieren, aan de orde.
De TV-lessen van Koekeloere, Huisje, boompje, beestje, Nieuws uit de Natuur en de
schoolTV weekjournaal, besteden aandacht aan dit onderwerp. Ook tijdens andere lessen
( o.a. godsdienst, wereldoriëntatie, sociaal-emotionele vorming etc. ) is burgerschap onderwerp van gesprek.
 
Bevordering van burgerschap en integratie is belangrijk. De betrokkenheid tussen burgers onderling en tussen burgers en overheid is afgenomen. De plichten en rechten die bij burgerschap horen, lijken soms wat op de achtergrond te zijn geraakt. Daar komt nog bij dat sommige ouders/verzorgers en kinderen niet gewend zijn aan burgerschapstradities en gebruiken van onze samenleving.
De wet regelt de verplichting voor scholen voor primair en voortgezet onderwijs en de expertisecentra om bij te dragen aan de integratie van leerlingen in de Nederlandse samenleving.
 
Voor scholen betekent dit dat zij verplicht zijn om in hun onderwijs aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Actief burgerschap verwijst naar de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren; sociale integratie naar deelname van burgers (ongeacht hun etnische of culturele achtergrond) aan de samenleving, in de vorm van sociale participatie, deelname aan de maatschappij en haar instituties en bekendheid met en betrokkenheid bij uitingen van de Nederlandse cultuur.
 
Kerndoelen burgerschap

Naast deze opdracht in de sectorwetten voor primair en voortgezet onderwijs en expertisecentra, zijn de wenselijke opbrengsten van het onderwijs voor wat betreft burgerschap en integratie ook terug te vinden in de herziene kerndoelen voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Deze zijn vastgesteld door de minister van OCW.
Naast het belang van een goede beheersing van de Nederlandse taal voor deelname aan de maatschappij, bevatten de herziene kerndoelen ook allerlei andere onderwerpen die daarvoor van belang zijn. De voornaamste daarvan zijn:
  • De leerlingen leren over de hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger.
  • De leerlingen leren zich gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen.
  • De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.
  • De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.
  • De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.
  • De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.